Een spannend ritje

Onze hostess had ons hartelijk ontvangen. Samen met nog 6 anderen zaten we in een prieeltje van de prachtige tuin van onze accommodatie, bij het zwembad. Naast allerlei nuttige informatie over bezienswaardigheden vertelde ze een anekdote over een gast die ze recent had gehad en die met zijn huurauto de bergen van Lefkas was in gegaan. Hij had zich daar helemaal vast gereden. Na door hulpdiensten te zijn gered (de onderkant van de auto was volledig vernield), had hij als excuus aangevoerd dat “de bergweggetjes toch op Google Maps stonden”. Ons hele gezelschap moest hartelijk lachen, want hoe dom kun je zijn? Nou…


Onze huurauto was een Peugeot 108. Een krachtpatser met 86 hele pk’s. Na twee dagen rondtoeren hadden we wel een idee van wat hij kon en hoe de wegen op Lefkas er bij lagen: steil en met haarspeldbochten als een kurkentrekker. Door continu in zijn 1 te rijden was het prima te doen. En dus planden we op de derde dag een ritje naar het bergdorpje Katouna om van daar via Kolyvata, naar Egklouvi (bekend om linzen) en Syvros (olijfmuseum) te rijden.


Om er voor te zorgen dat we niet zouden verdwalen hadden we twee navigatiesystemen mee. Een oude Garmin (uit onze motorrijderstijd) en… Google Maps. Verder hadden we een weinig gedetailleerde kaart, maar wie gebruikt nou nog zoiets ouderwets?


Aangekomen in Katouna zagen we een bordje dat de richting van onze bestemmingen aangaf. Maar de weg leek daar toch te eindigen, totdat we een smalle doorgang zagen tussen twee huizen door. Steil naar beneden, door de nauwe doorgang, en weer steil omhoog. Er stonden twee vrouwen in die doorgang. Ze keken ons stomverbaasd aan, maar gebaarden dat ze het best vonden als we doorreden. Ze verdwenen even van hun plek en wij reden door (paar cm links en rechts ruimte).
Eenmaal daar voorbij openbaarde zich een spectaculair mooi bergachtig landschap. Het weggetje dat daarheen leidde was weliswaar smal, maar redelijk geasfalteerd. Garmin zei “ga”, Google Maps zei “doen”, de landkaart zweeg (dat ouderwetse ding wist wel beter).


Kilometerslang slingerde het weggetje zich door de natuur. De temperatuur steeg, de airco overstemde helaas het geluid van de krekels, maar we genoten. Nog.
Na een half uurtje vond het weggetje het welletjes en werd nog smaller. Het asfalt dateerde daar van voor de oorlog en vertoonde gaten en scheuren. In die scheuren won de natuur terrein terug en groeide daar struikjes. De “weg” werd zo smal dat twijgen van struiken naast de weg hoorbaar langs de auto krasten. Gecombineerd met het geluid van de begroeiing die langs de onderkant schraapte vormde dat een muziekstuk waar we niet vrolijk van werden.
Ook de steilheid nam toe. Tot het niveau dat de eerste versnelling het niet meer trok. En toen we tot stilstand waren gekomen bleek ook de handrem het niet te trekken. Met mijn voet op het rempedaal zaten we in ons Peugeotje tegen de bergwand aangeplakt zoals een vlieg tegen een muur.


Garmin en Google Maps hadden ineens geen praatjes meer, toonden geen wegen maar constateerden dat we “op weg” en “offroad” reden. De legenda van de kaart meldde dat er mainroads, secundary roads en dirt roads waren, maar kende de onze niet.
Inmiddels was het 40° en natuurlijk geen enkel gsm bereik. Het enige wat nog positief was aan de situatie was de airco. Maar die moest uit, want iedere “druppel” energie moest gaan naar voortbewegen van de auto. Met een enorme hoeveelheid gas en slippende koppeling wisten we de auto metertje voor metertje vooruit te krijgen. Het gevolg was wel dat er rook onder de motorkap vandaan kwam en zich een vieze stinkende brandlucht verspreidde. Toch lukte het uiteindelijk op een iets rechter stukje te komen en konden we onze “terreinwagen” en onszelf heel even rust gunnen.
Terug gaan was allang geen optie meer, dus moedig voorwaarts. Nou ja, moedig…


Toch belandden we op een gegeven moment op een T-kruisinkje. Linksaf: smal met asfalt met scheuren en gaten, rechtsaf: idem dito. Ik gokte op rechts. Het weggetje slingerde met haarspeldbochten, waarbij 3x steken soms noodzakelijk was, omhoog. En liep vervolgens dood. Vermoedelijk was indertijd het asfalt op. Als een steilewandklimmer zonder stijgijzers zaten we vast. Een nieuwe uitdaging, want er was geen ruimte om te keren. En achteruit terug was ook geen optie. Iets verderop was een plat stuk rots naast de weg. Weliswaar met een diep gat er in, maar toch. Voorzichtig manoeuvreerden we de auto voorbij dat stuk rots, lieten hem draaiend aan het stuur terugzakken totdat de achterwielen tot aan het gat kwamen, stuurden vooruit tot de voorwielen tot aan de afgrond kwamen, en herhaalden dat een aantal keer. Net zo lang totdat we vooruit terug naar het T-kruisinkje konden rijden. Daar probeerden we de andere afslag. En dat bleek uiteindelijk de goede. Want Garmin kwam tot leven en toonde in de verte een blauwe zee. Google Maps bleef mokken en vond dat we moesten omkeren. De kaart hield nog steeds zijn mond.


We hebben de zee bereikt, en daarmee de bewoonde wereld. Ook de auto lijkt het te hebben overleefd. Die rijdt nog als een zonnetje en schrammen zijn niet zichtbaar door al het vuil.
Het biertje aan het eind van de dag heeft nog nooit zo lekker gesmaakt. Maar ja, eigenlijk zeg ik dat na ieder biertje 
🙂

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje als ik iets nieuws plaats? Schrijf je in:

2 reacties

  1. Dit is een verhaal waar ik nooit in hoop te belanden. Ik zit het met kromme tenen en zweet in mijn handen te lezen. Ik zou zeggen NIET MEER DOEN !!!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *